Jasje Dasje column nr. 4 – gepubliceerd in de Streeknieuws van 5 januari 2012
Speciaal voor u heb ik mij dertien uur ingesloten in een UV-wafelijzer, heb mijn hoofd kaalgeschoren en heb een quasinonchalant baardje laten aangroeien. Zo ziet mijn clichébeeld van de stylist er uit, maar misschien is dat beeld te zonnebankbruin gekleurd door Maik de Boer. Ik ga een poging doen om u in de komende zeshonderd woorden uit te leggen hoe u zich als student hoort te kleden. Niet dat u daarvoor met zeshonderd woorden toe kan. U moet het zien als een korte introductie.
Kort mag het ook zijn want u leert het snel genoeg. Sneller dan u verwacht. Na vier maanden Groningen loop ook ik in mijn eerste verticaal gestreepte overhemden en worden mijn voeten omsloten door Brabants Van Bommel leer. Het laatste is nog een sportief model zonder gaatjes, maar het begin is er. Een studentenleven in Groningen verandert niet alleen je leven maar ook je garderobe. Shirts worden vervangen door overhemden en u ontdekt al snel dat een cognacbruine broek heus niet alleen iets voor oude kerels is. read more… Stijladvies
Jasje Dasje column nr. 3 – gepubliceerd in de Streeknieuws van 21 december 2011
Waarschuwing van de schrijver: De volgende tekst bevat een hoog Joris Linssen gehalte.
De Nieuwe Toren staat er nog. Dat is altijd een geruststellende gedachte. De Bovenkerk baadt nog steeds in het oranjegele licht van haar monumentenverlichting, de Stadsbrug is nog steeds wit en het IJsselfront is nog steeds mooi. Mooier zelfs. Een minuut sta ik vanaf het koude perron te kijken naar het schemerige Kampen waarna ik me bedenk dat ik de bus nog moet halen. Ik gooi mijn rugtas over mijn schouder en loop snel naar de bushaltes achter het station. Gelukkig, bus 12 staat er nog. Net als het oude raadshuis, net als de bomen langs de IJsselkade en net als de gekraakte stadsvilla. Dat laatste is nog wel het meest wonderlijk. Bij de derde halte stap ik uit. Gelukkig, casa di Duiveman staat er ook nog.
Ik steek het sleutel in het slot maar voordat ik hem om kan draaien wordt de deur al opengedaan. “Daar is onze wereldreiziger,” zegt mijn vader breed grijnzend. Als ik over de drempel stap word ik omhelst door mijn moeder. De verloren zoon is terug. De tafel is al gedekt en er komt stoom van de pannen. Vanavond geen opwarmlasagne maar aardappels, boontjes en rundvlees. read more… Thuisthuis
Jasje Dasje column nr. 2 – gepubliceerd in de Streeknieuws van 7 december 2011
De fiets is voor een student zijn kostbaarste bezit. Hij koestert zijn fiets als Robert Vuijsje een stel Antilliaanse billen. En net als Vuijsjes perfecte zwarte vrouwenbips moet een perfecte studentenfiets bij voortbeweging schudden en drillen. Daarbij moet de band een lichte boggel hebben, staat het stuur een beetje scheef en moet de kettingkast ratelen of, nog fijner, schel snerpen. De fiets moet ook vooral niet duur zijn. De gouden regel: Je kettingslot is duurder dan de roestige rammelbak waar hij om heen zit.
De beste fietsen zijn de klassieke modellen. De Union waarmee oma het Pieterpad reed in 1947 of de onverwoestbare Gazelle waarmee opa nog naar de kazerne fietste voor zijn militaire keuring. Ouderwets? Nee joh! Met een nieuw bandje, een gelzadeltje en een fietslichtje van de Fietsersbond rijden deze standvastige tweewielers weer als nieuw. Bijna nieuw dan, want als ze té nieuw zijn weet je dat een bezatte zwerver er mee aan de haal gaat om hem voor twee filtersigaretjes door te verkopen op de Grote Markt. Hiervoor is een preventieve maatregel: Het spuiten van je fiets zodat deze zó lelijk is dat zelfs een dakloze met een verruimde geest hem nog niet de moeite waard vindt.
Groningen is de stad waar het altijd herfst is, zo zei de dichter Jean Pierre Rawie ooit in een mooi interview met Vrij Nederland. Groningen is grijzig en kleurloos, maar de fietsen zijn alles behalve dat. Regelmatig rammelen er fuchsiapaarse, kanariegele en My-Little-Pony-roze modellen langs je heen. Soms al die kleuren door elkaar als ijzeren reproducties van Mondriaan, Appel en Pollock. read more… De perfecte ratel
Met tromgeroffel, de maandproductie van een Chinese vuurwerkfabriek en een bezopen Limburgs dweilorkest kondig ik u aan: De eerste Jasje Dasje column. In PDF nog wel. Tatatatadááá.
Na een dag leren is er niets fijner dan dat: een stel postpubers met een Hagenees accent en een gezamenlijke IQ-score van vier eencellige amoebes die los gaan in het Griekse hof van Eden: Chersonissos. Voorheen een rustiek plaatsje met wat geitjes, oude tandeloze mannetjes met meer haar op hun rug dan op hun hoofd en enkele ex-hippies die later in wijd uitlopende glitterpakken ABBA-liedjes zijn gaan zingen. Tegenwoordig de stad met een bruisende partyscene van Twentse tukkers die toch wat uitgekeken waren geraakt op de Appelhof en een aantal Hagenezen die een miljoenenpubliek bekend maken met het begrip ‘daggeren’.
Oh Oh Cherso is een programma uit mijn zogenaamde guilty pleasure rijtje. Als geschiedenisstudent hoor je vaste kijker te zijn van Andere Tijden, Buitenhof en dat nieuwe Nova maar dan zonder Clairy Polak. Ik breek met die regel. Als ik tv kijk dan is het voor de ultieme lowbrow: Dr. Phill, Wie trouwt mijn zoon?, Oh Oh Cherso, Holland in da Hood of, als grootste guilty pleasure: AstroTV. Guilty pleasures zijn dingen als vette patat en de liedjes van de Village People. Na consumptie voel je je ergens schuldig, maar ergens was het toch ook verdomd lekker.
Niets is heerlijker dan dr. Phil die een Amerikaanse familie met een ongezond leefpatroon, diepe schulden, een nymfomane cheerleaderdochter, een demonisch zoontje en een schurftige hond op zijn typische vaderlijke dr. Philmanier de les leest. Amerikaans moralisme met een psychologisch sausje er over. Net zo genieten is Holland in da Hood. Een aantal jongens die na het zien van 8 Mile hun Friese dorpje willen representen in donker LA. De bloederige nageboorten van Extince en Brainpower die al jankend door de Amerikaanse getto’s worden gesleurd door Willie Wartaal. Oh wat fijn.
Waarom het fijn is? Wie weet komt het omdat je je zo ontzettend slim voelt na het zien van dit soort programma’s. Het beste materiaal daarvoor is nog wel AstroTV. Hypochondere huisvrouwen met huwelijksproblemen (heerlijke alliteratie) bellen Astrid de TV-zieneres. “Ik voel wat in mijn buik. … Heb je buikpijn, Natasja?” “Goh, nu je het zegt. Ja, inderdaad.” Kijk, hiermee kom je de tentamenweek door.
Mist u de catchy blauwe letters, het grijzige krantenknipsel als paginahoofd en de egocentrisch grote weergave van de naam ‘Adriaan Duiveman’ daarvoor? Met dat ragfijne lijntje erboven die in al zijn bescheidenheid toch een heel erg design-achtige feeling geeft? Ik niet.
Nadat mijn site finaal gecrasht was heb ik beloofd dat ik hem weer op zou halen uit Hades’ onderwereld van rokende servers en driekoppige Iraanse hackers. Zo geschiedde. Met een beetje hulp van wordpress-kenner en webdesigntalent Kevin en de aardige meneer van de Strato-helpdesk met zijn gezellige zachte ‘g’.
Waar blijven de stukken? De meesten zijn hartstikke foetsie en niet meer terug te halen. Een paar heb ik kunnen redden en deze columns (andersoortige artikelen hebben het niet overleefd) zal ik op den duur herplaatsen.
Aan het eind van de volgende maand zal er sowieso een compleet nieuw stuk gepubliceerd worden. Dan pas? Ja, dan pas.