Guilty TV Pleasures
Na een dag leren is er niets fijner dan dat: een stel postpubers met een Hagenees accent en een gezamenlijke IQ-score van vier eencellige amoebes die los gaan in het Griekse hof van Eden: Chersonissos. Voorheen een rustiek plaatsje met wat geitjes, oude tandeloze mannetjes met meer haar op hun rug dan op hun hoofd en enkele ex-hippies die later in wijd uitlopende glitterpakken ABBA-liedjes zijn gaan zingen. Tegenwoordig de stad met een bruisende partyscene van Twentse tukkers die toch wat uitgekeken waren geraakt op de Appelhof en een aantal Hagenezen die een miljoenenpubliek bekend maken met het begrip ‘daggeren’.
Oh Oh Cherso is een programma uit mijn zogenaamde guilty pleasure rijtje. Als geschiedenisstudent hoor je vaste kijker te zijn van Andere Tijden, Buitenhof en dat nieuwe Nova maar dan zonder Clairy Polak. Ik breek met die regel. Als ik tv kijk dan is het voor de ultieme lowbrow: Dr. Phill, Wie trouwt mijn zoon?, Oh Oh Cherso, Holland in da Hood of, als grootste guilty pleasure: AstroTV. Guilty pleasures zijn dingen als vette patat en de liedjes van de Village People. Na consumptie voel je je ergens schuldig, maar ergens was het toch ook verdomd lekker.
Niets is heerlijker dan dr. Phil die een Amerikaanse familie met een ongezond leefpatroon, diepe schulden, een nymfomane cheerleaderdochter, een demonisch zoontje en een schurftige hond op zijn typische vaderlijke dr. Philmanier de les leest. Amerikaans moralisme met een psychologisch sausje er over. Net zo genieten is Holland in da Hood. Een aantal jongens die na het zien van 8 Mile hun Friese dorpje willen representen in donker LA. De bloederige nageboorten van Extince en Brainpower die al jankend door de Amerikaanse getto’s worden gesleurd door Willie Wartaal. Oh wat fijn.
Waarom het fijn is? Wie weet komt het omdat je je zo ontzettend slim voelt na het zien van dit soort programma’s. Het beste materiaal daarvoor is nog wel AstroTV. Hypochondere huisvrouwen met huwelijksproblemen (heerlijke alliteratie) bellen Astrid de TV-zieneres. “Ik voel wat in mijn buik. … Heb je buikpijn, Natasja?” “Goh, nu je het zegt. Ja, inderdaad.” Kijk, hiermee kom je de tentamenweek door.