Horizontaal geloven

‘Meer dan de helft Nederlanders niet religieus’, kopte het Centraal Bureau voor de Statistiek op zijn website. Kranten, nieuwswebsites en het NOS-journaal namen het bericht gretig over. In het artikel zelf blijken de conclusies genuanceerder dan de kop suggereert. De desbetreffende enquête ging over de vraag of Nederlanders zich tot een specifieke religieuze groepering rekenden, niet over religiositeit. Maar kan je eigenlijk geloven zonder andere gelovigen?

Kerklidmaatschap (of expliciete religieaffiliatie) en religiositeit zijn twee heel verschillende dingen, betoogt religiewetenschapper Ernst van Hemel in Trouw. Hoewel hij niet alles tot ‘religie’ wil rekenen, noemt hij ook stille tochten en ‘Boeddhabeelden bij tuincentra’ in de context van ‘nieuwe religiositeit’. Die religiositeit kan zowel collectief – de stille tochten – als individueel – de Boeddhabeelden – beleefd worden.

De mythen en verhalen verklaren niet alleen de wereld, maar vertellen ook hoe de gelovigen samen moeten leven.

In hetzelfde artikel stelt theoloog Stefan Paas dat hij moeite heeft met die individuele religiositeit. ‘Feitelijk is het verrekte moeilijk om op je eentje te geloven,’ concludeert hij. Voor hem is individuele religie eigenlijk geen echte religie. Die opmerking deed me denken aan een hoofdstuk in het recent verschenen boek Wij zijn ons van socioloog Mark van Ostaijen. Hoewel Paas als overtuigd Christen waarschijnlijk zal gruwen van Van Ostaijens betoog over religie, zijn ze het over die ene zin eens. Geloof is iets wat je samen doet.

Socioloog Van Ostaijen, geïnspireerd door de klassieke socioloog Emile Durkheim, stelt dat religie draait om sociale verbondenheid, om groepsgevoel. Religie geeft uitdrukking aan waarden die een gemeenschap deelt. Religieuze diensten zijn dan ook niet een verering van een hogere macht, maar eigenlijk een viering van de gemeenschap zelf. Volgens deze logica, zo laat Van Ostaijen zien, kun je niet alleen vrome kerkgangers als religieus beschouwen, maar ook fanatieke voetbalsupporters.

Durkheim wijst ons op de belangrijke sociale functies van religie. Van Ostaijen en zijn klassieke leermeester schuiven het ‘hogere’ en spirituele misschien wel erg bruusk opzij. Toch is het onmiskenbaar dat alle religies vol zitten met sociale leerregels. De mythen en verhalen verklaren niet alleen de wereld, maar vertellen ook hoe de gelovigen samen moeten leven. Zo gaan er maar twee van de Tien Geboden expliciet over God. De andere acht stellen hoe men met elkaar moet omgaan.

Dat religie vooral ook over mensen gaat blijkt juist op momenten dat die mensen het het zwaarst hebben. Twee Duitse antropologen concludeerden dat voor gelovigen in natuurrampsituaties hun geloof een verticale en een horizontale functie heeft. De verticale gaat over de ‘communicatie met het hogere’. Hierin zoeken gelovigen de verklaringen, zingeving en zelfs een gevoel van controle in een chaotische, beangstigende omgeving. De horizontale functie draait om solidariteit. De religieuze gemeenschap vormt een sociaal netwerk waarop de gelovigen kunnen terugvallen en kerken zijn vaak de eerste hulpverlenende organisaties in rampgebieden. Het zijn twee verschillende functies van geloof, maar ze worden door religieuze rituelen, verhalen en leefregels ondeelbaar verbonden.

In gesprekken met studenten van christelijke studentenverenigingen in Groningen en Nijmegen merkte ik dat voor hen het groepsgevoel ontzettend belangrijk was. Uiteraard is een groepsgevoel voor alle leden van studentenverenigingen belangrijk, of ze nou religieus of seculier zijn. Wat echter opviel is dat voor deze studenten van christelijke verenigingen de gedeelde religieuze ervaring essentieel was. Voor sommigen was de vereniging zelfs de reden dat ze hun geloof weer hervonden of versterkten. Ook voor hen was het verticale en het horizontale ondeelbaar verbonden. Kortom, het is inderdaad verrekte moeilijk om op je eentje te geloven.

Ook interessant

In een YouTube-filmpje legt socioloog Bart van Heerikhuizen (UvA) Durkheims visie op religie in minder dan zeven minuten helder en aansprekend uit.

Volgens een recente grote studie in Nature zou religie essentieel geweest zijn voor de vorming van complexe samenlevingen. De basis voor complexe samenlevingen is samenwerking met mensen buiten je eigen familie of kleine dorpsgemeenschap. In het onderzoek gaat het om geloof in een god of goden die mensen straffen en belonen voor hun gedrag tegenover anderen. Mensen die in deze morele god(en) geloofden sneller geneigd zijn om (financiële) middelen te delen met mede-gelovigen. Morele goden moedigen samenwerking dus aan.

Foto: Josh Sorenson via Pexels

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *