Tech bros als geschiedfilosofen

In de tragikomedie Mountainhead zitten vier techmiljardairs een weekend lang op een berg. Ze ruziën over geld, vrouwen en de pikorde. Maar ondertussen doen ze ook iets anders: filosoferen over de richting van De Geschiedenis. En wie of wat die richting geeft. Zijn zij dat? Of is technologie zelf de echte drijver?

‘We are in a moment of tremendous creative destruction,’ oreert Randall. ‘Mesopotamia at T-minus 5000, urbanization, domesticated animals, the accumulation of tradable surpluses. Movable type. The wheel!’ Wat hij en zijn drie vrienden doen, aldus de tech bro, is van die orde van grootte. Misschien nog wel groter. Wanneer hij met dit lijstje op de proppen komt zitten we drie kwartier in de film Mountainhead. Tijdens deze scene besefte ik het me: Mountainhead, de gevierde Silicon Valley-satire, draait in essentie om substantiële geschiedfilosofie.

In de tragikomedie volg je vier techmiljardairs op hun jaarlijkse weekendje weg. Je ziet hun ongemakkelijke en competitieve vriendschap, hun onzekerheid en bewijsdrang, en de totale vervreemding van de wereld die komt met een leven tussen Python en pecunia. De fictieve techmiljardairs zijn daarmee ook angstaanjagend herkenbaar.

Scenarioschrijver en regisseur Jesse Armstrong zei in een interview met Times dat hij de vier personages niet naar specifieke ondernemers had gemodelleerd, maar dat ze ‘Frankensteins’ zijn. De kijker mag zelf bepalen welke karakterologische ledematen van Bezos, Altman en Thiel die eruit wil halen.

Daarnaast zijn de personages ook niet los te zien van de echte, bestaande filosofieën die ze aanhangen. De vraag die zowel boven de film als de echte Valley hangt is: wat of wie drijft De Geschiedenis? En waarheen?

Op die vragen geven Armstrongs karakters twee antwoorden die, uiteindelijk, elkaar fundamenteel uitsluiten. Enerzijds wordt de geschiedenis en toekomst gemaakt door hen: grote mannen. Zij, uitverkorenen met ‘4-sigma IQ’, kiezen het lot van de stervelingen. Anderzijds zien ze zichzelf enkel als bijfiguren in een theaterstuk waarin twee krachten de echte hoofdrolspelers van de geschiedenis zijn: kapitaal en technologie.

Substantiële geschiedfilosofie

Geschiedfilosofie bestaat uit twee takken: een analytische en een substantiële.[1] De eerste houdt zich bezig met het doordenken van de geschiedschrijving. Hier draait het om hoe we kennis over het verleden verkrijgen en over hoe we daar verhalen over vertellen.

De tweede categorie is de wijsbegeerte van wat er werkelijk gebeurde en wat er nog te gebeuren staat. Bij deze substantiële geschiedfilosofie draait het om dit verband tussen verleden, heden en toekomst. Hier zitten de Hegels, Marxen, Spenglers en Toynbees die lange lijnen door de geschiedenis trokken en daarmee probeerden te achterhalen wat of wie de geschiedenis drijft.

Hedendaagse historici hebben de substantiële geschiedfilosofie opgegeven. De geschiedenis kent voor hen geen richting.[2] Teleologie zijn we wel verleerd na de gruwelen van de vorige eeuw. (Al hadden de Marxisten onder ons voor dat inzicht ook nog de Val van de Muur voor nodig.) Daarnaast bestuderen historici de afgelopen decennia steeds kortere tijdsperiodes, waardoor het trekken van lange lijnen zo goed als onmogelijk wordt.[3]

Substantiële geschiedfilosofie is echter nooit verdwenen. In de samenleving, binnen bedrijven en onder ambtenaren heerst een groot verlangen naar inzicht in de richting van de geschiedenis. Mensen hebben een geschiedtheorie nodig om te handelen. Die theorieën komen echter niet langer van historici, maar van gesjeesde filosofen, futurologen, managementgoeroes. En tech bros dus.

Even Argentinië overnemen

Terug naar de film. Mountainhead is de naam van het skichalet van Hugo “Souper” Van Yalk. Het staat bovenop een besneeuwde berg en de kasteelheer heeft er drie vrienden uitgenodigd. Ze kennen elkaar uit hun start-up-tijd. Randall is de oudste. Hij is de durfkapitalist achter het succes van de anderen. Ze noemen hem Papa Bear. Jeff heeft een succesvol AI-bedrijf. Venis, de oprichter van een soort Facebook, is inmiddels de rijkste man op Aarde. Vlak voor het uitje heeft hij een nieuwe versie van zijn app gelanceerd. Daarin kunnen gebruikers niet van echt te onderscheiden deep fake-video’s maken en delen.

De vier tech bros sluiten zich een weekend op. Toch sijpelt het nieuws over de gevolgen van de Venis’ update via telefoonnotificaties en TV-nieuws het fort binnen. Regeringen vallen, centrale banken in paniek, etnisch geweld laait op. Vanaf hun Olympus kijken de goden naar de stervelingen. Ze vinden dat ze daar beneden wel erg veel lawaai maken.

Die chaos biedt de techgoden echter wel kansen. Is dit niet het moment om ergens een land over te nemen? Venezuela? Paraguay? België? Het wordt Argentinië. Even later zit Hugo in een zoomcall met de post-coupregering in Buenos Aires.

In de wereld van Mountainhead zijn het een paar machtige mannen die de dienst uitmaken. Ze meten zich met Romeinse generaals, keizers en consuls. Zo schreeuwen ze dat ze een Cataliniaans complot smeden en Papa Bear Randall citeert keizer Augustus. In Rome, in de Valley en in de hele geschiedenis, zo weten ze, bepalen machtigen en moedigen de koers. Of, zoals Venis het retorisch vraagt: ‘Zijn wij de bolsjewieken van de nieuwe technowereldorde die vanavond begint?!’

In De Ongelofelijke Podcast stelde historica Beatrice de Graaf dat één techmiljardair inmiddels echt een ‘force majeure’ is geworden in de geschiedenis: Elon Musk. Historici hadden in de geschiedschrijving de Grote Mannen vervangen voor structuren en systemen, zo stelt ze. Daar moeten ze nu misschien op terugkomen. Zo af en toe heeft het individu echt invloed. De Graaf: ‘Hij [Musk, AD] zet het wereldgebeuren wel degelijk naar zijn hand.’

Gek genoeg denken de grote techondernemers zelf ambivalent en inconsistent over die macht. Uiteindelijk, zo geloven ze, bepalen zij namelijk niet de richting van de geschiedenis.

Singularity by Christmas

Geschiedenis wordt, volgens de tech bros, gedreven door twee krachten: kapitalisme en technologie. Maar, het goede nieuws: die twee leiden uiteindelijk naar een techno-utopia waarin de mensheid intergalactisch wordt. Niet dat we dan überhaupt nog echt mensen van vlees en bloed zijn. We hebben onszelf tegen die tijd geüpload en leven voor eeuwig op the grid.

Die dingen, zo suggereren ze, gaan onvermijdelijk gebeuren. Het enige wat mensen kunnen doen is naar dat einde versnellen – accelereren – of tegenstribbelen – decelereren. De richting van de geschiedenis staat dus al vast, het tijdspad alleen nog niet. Maar als ze hun best doen, zo meent een van de vier tech bros, bereiken ze ‘Singularity by Christmas’.

Zoals zoveel in de film is het niet zomaar ontsproten uit de fantasie van scriptschrijver Armstrong. Dit soort ideeën leven echt in Silicon Valley. Beter nog, ze hebben een naam: accelerationisme.

Politicoloog Joris Melman schreef een fascinerend essay over dit denken in De Groene. Hierin traceert hij de onderliggende ideeën naar, onder andere, een hyperkapitalistische herinterpretatie van het Marxisme door amfetamineverslaafde filosofen aan de Universiteit van Warwick in de jaren negentig. Ja, het is wild.

Het accelerationisme stelt dat kapitalisme vrij baan moet krijgen, ongehinderd door bureaucratische betutteling. Alleen dan kan het leiden tot ‘creatieve destructie’ van de bestaande orde en, daardoor, tot een techno-utopie van intergalactisch, transmenselijk en eeuwig leven. Deze filosofie, analyseert Melman, is ten diepste ‘anti-humanistisch’. ‘Hier en nu levende mensen en gemeenschappen zijn slechts radertjes in een groter verhaal, radertjes die op hun best een middel zijn tot vooruitgang, en als het tegenzit vooral in de weg staan.’

Dat idee wordt in de Mountainhead tot in het ridicule doorgevoerd wanneer – spoiler – drie van de founders een moord beramen op de vierde. Het blijkt namelijk dat die laatste wil samenwerken met Washington. Deze decel moet unplugged worden, in het belang van niks minder dan de vooruitgang. Zo zegt een van de samenzweerders:

I do feel that if… you know, a networked utopia of unlimited freedom and life were being held hostage by one individual, then perhaps he should be, as you say, place-holdered.

Ze laten er een paar ethische theorieën op los om, uiteindelijk, te concluderen dat de moord vanuit utilitaristisch oogpunt prima te rechtvaardigen is. Het is simpelweg ‘global self defence’. Venis: ‘We are definitely white hat.’ Voor hun moordpoging schreeuwen ze het uit: ‘Progress! Progress! Progress!’

Fuck-what-cool

Die vooruitgang komt niet tot stand door geleidelijke verandering. In de geschiedtheorie van de tech bros is de geschiedenis een reeks van punctuated equilibria: lange tijden van relatieve stilstand in samenlevingen worden onderbroken door korte, heftige perioden van grote verandering en vernieuwing. Dat lijkt in ieder geval het uitgangspunt van Randalls zogenaamde fuck-what-cool-theorie over technologische ontwikkeling.

The whole of history operates on the “Fuck! What? Cool!” principle.
Fuck, bronze! What? Oh, cool. Civilization.
Fuck, iron. What? Oh, cool, empire.
Fuck, industrial production! What? Oh, cool, surplus value and material happiness. […] The lesson in history is, everything is always cool, so long as you get there.

Als de anderen dit principe De Wet van Randall willen noemen, grijpt Papa Bear in: het is in de basis gewoon Hegel. Hoe precies legt hij niet uit, maar het klinkt inderdaad als een bro-vertaling van Hegels dialectiek: fuck is these, what is antithese en cool is synthese.

De mensheid, stelt Randall, past zich aan aan de technologie, niet andersom. Elke keer is er een technologie die de wereld op de kop zet, totdat op de kop gewoon is geworden. De presidents of tech moeten de tijden van equilibrium verkorten, het tempo verhogen, om uiteindelijk in een paradijselijk, eeuwig equilibrium te eindigen. Maar dat is het enige wat ze kunnen doen.

Want de koers van de geschiedenis verleggen, kunnen ze niet. Als Venis’ app geweld en chaos veroorzaakt, willen Venis, Randall en Hugo er niet aan dat hun keuzes als execs dat kwaad veroorzaken. De deep fakes die zijn app faciliteert, zo stelt Venis, creëren niet het geweld. De app accelereert hoogstens datgene dat er al was. Venis:

It could really be turning into a moment. […] Where it all comes out. All of the fucking hatreds. All this resentment. Like, a slightly gnarly but eventually highly cathartic draining of all this poison, historical, ethnic, racial, religious…

Venis ziet zichzelf dus niet als de maker van de haat en het geweld. Zijn app brengt hoogstens aan het licht wat er altijd al sluimerde. Venis is de rijkste man op onze planeet, maar hij claimt dat hij niet alles bepaalt. Randall valt hem bij. Daarbij, een geweldsexplosie op z’n tijd is alleen maar gezond, meent hij. Een ‘controlled burn’ op zijn tijd is goed voor het ecosysteem. Maar wie controleert die brand dan eigenlijk?

Inconsistente geschiedfilosofie

Die vraag speelt ook in de echte Valley. Een persoon bij wie de techies te rade kunnen gaan is Samo Burja. Deze Sloveense socioloog maakt in podcasts, tijdschriften en blogs furore als intellectueel orakel van de Bay Area. Hij vergelijkt CEOs met Chinese keizers, beschouwt de Great Awakening in de negentiende-eeuwse VS als een zeer geslaagde marketingcampagne en hij adviseert tech execs hun opvolger te adopteren zoals keizer Nerva deed met Trajanus. Burja schrijft ook over geschiedfilosofie. ‘Everyone has a theory of history,’ betoogt hij in zijn boekmanuscript in opbouw Great Founder Theory.

In that everyone has an explanation of why the world is how it is and an understanding of how the world changes and has changed. Everyone has to: without an understanding of how the world works, no matter how faulty, implicit, or subconscious, we would be prohibited from acting in what we believe is the right way to achieve our goals, whether big or small.

Zonder een geschiedtheorie – een substantiële geschiedfilosofie in deze context – kun je niet betekenisvol handelen, aldus Burja. Zelfs als die theorie impliciet blijft. Burja moedigt zijn lezers en luisteraars in de Valley echter aan om de theorie wel expliciet te maken. Alleen dan, stelt hij, word je gedwongen tot consistentie. Want uiteindelijk, waarschuwt de socioloog, zijn veel mensen geschiedfilosofisch inconsistent. Hij geeft een voorbeeld:

[S]ome people explicitly endorse the technological determinist view of history even as they implicitly act on the great man paradigm: believing that it will require the work of remarkable individuals to create the technology that will save the world, for example, instead of believing that the inevitable, impersonal progress of technology will do so.

Deze spanning zit exact in Mountainhead. Je kunt niet én almachtige CEO-god zijn én tegelijkertijd een nederige profeet van Technologie. Je bent niet én hoofdpersoon én bijfiguur van de geschiedenis. En, belangrijker nog: je draagt morele verantwoordelijkheid voor je producten, of je draagt het niet.

Burja zegt het niet, maar Mountainhead maakt het kraakhelder: geschiedfilosofie en ethiek blijken verknoopt. De karakters wanen zich Grote Mannen, totdat ze daarmee morele verantwoordelijkheid moeten nemen. Dan komt technologisch determinisme ze opeens goed van pas als morele schaamlap. In Armstrongs briljante film blijkt het schrijven van code een stuk makkelijker dan het schrijven van geschiedenis.


[1] W.H. Walsh onderscheidde de ‘speculatieve geschiedfilosofie’ van de ‘kritische’. Echter, omdat ‘speculatief’ een negatieve bijklank heeft gekregen pleit o.a. Herman Paul ervoor om over ‘substantiële en analytische geschiedfilosofie’ te spreken. Ik volg hierin Paul. Zie W. H. Walsh, Philosophy Of History: An Introduction, with Universal Digital Library (Harper Torchbooks, 1960), 13-15, http://archive.org/details/philosophyofhist027581mbp; Rolf Gruner, ‘The Concept of Speculative Philosophy of History’, Metaphilosophy 3, nr. 4 (1972): 283-300; Herman Paul, Als het verleden trekt: kernthema’s in de geschiedfilosofie (Boom, 2014), 20-21.

[2] Christophe Bouton, ‘The Critical Theory of History: Rethinking the Philosophy of History in the Light of Koselleck’s Work’, History and Theory 55, nr. 2 (2016): 164-67.

[3] Jo Guldi en David Armitage, The History Manifesto (Cambridge University Press, 2014), 7-8, https://www.cambridge.org/core/books/history-manifesto/AC1A1EC711AE91A4F9004E7582D79AFD.